emailadres
home

Café Local Public Health 2 februari 2012

AWBZ-taken naar WMO:
Een bezuinigingsactie met de
gemeente en de patiënt als slachtoffers?


Op 2 februari 2012 vond het derde Café Local Public Health plaats. Dit keer in Groningen in het UMCG en georganiseerd door Fred Alwon en Hermien van Soest, beiden arts M&G. Het zeer actuele thema uit de public health, de overgang van taken van de AWBZ naar de WMO, stond centraal. Het onderwerp van de avond trok een bont geschakeerd publiek, dat zich tot de dag voor de bijeenkomst bleef aanmelden. Uiteindelijk waren ongeveer zeventig deelnemers, vertegenwoordigers van gemeenten, het CIZ, GGD’en, WMO-adviesraden, thuiszorgorganisaties, artsen, andere hulpverleners en (vertegenwoordigers van) cliënten, bijeen om te luisteren naar boeiende voordrachten en te debatteren over de aanstaande grote veranderingen in de begeleiding van mensen met een gezondheidsprobleem.

De avond werd bezielend geleid door Anton Dalhuijsen, arts M&G. Drie inleiders hielden een voordracht. Linda Hazenkamp, senior beleidsmedewerker WMO bij de VNG, zette onder de titel ‘Decentralisatie begeleiding naar gemeenten’ uiteen wat er gaat veranderen. Het gaat niet om een overheveling van AWBZ-taken naar de WMO, maar om een nieuwe functie in de WMO, waarbij gemeenten vorm moeten geven aan de compensatieplicht: gemeenten moeten maatregelen nemen om beperkingen van mensen optimaal te compenseren. Er kan dan niet meer gesproken worden van recht op een bepaalde voorziening. Na een overgangsfase van een jaar verdwijnt de functie (extramurale) begeleiding in 2014 volledig uit de AWBZ. Daarbij zal op de voor deze begeleiding beschikbare vijf miljard euro twee miljard bezuinigd worden. De ‘coalitieaanpak’, waarbij gemeenten en zorgaanbieders samenwerken, wordt essentieel.

Jannie Visscher, wethouder gemeente Groningen voor o.a. welzijn en zorg en WMO, sprak over de manier waarop de gemeente omgaat met de nieuwe taak, die de WMO haar oplegt. Zij betoogde, dat de veranderingen bezuinigingen met zich meebrengen, maar ook positieve kanten hebben. Evenals de vorige spreekster benadrukte zij, dat de wet geen zorgwet is. Het is een participatiewet, die wederkerigheid beoogt. Mensen worden aangespoord ‘mee te doen’ en zelf een steentje bij te dragen. Dilemma’s bij de uitvoering zijn de grote bezuiniging (de groei moet terug van 12 % naar 2,5 % per jaar) en de korte tijd die er voor de invoering van de verandering is. De gemeente Groningen heeft het plan op wijkniveau sociale teams in te richten, bestaand uit breed inzetbare beroepskrachten. Bij die beroepskrachten zal het gaan om hun functies en niet om de organisatie die zij vertegenwoordigen.

Hetty de With, directeur van De Zijlen, een organisatie voor ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking, ging in op de betekenis van de aanstaande veranderingen vanuit het perspectief van cliënten en organisaties, die zich in dienst stellen van deze cliënten. In haar voordracht ‘WMO: kramp of kans?’ gaf zij aan dat het om een populatie gaat die zeer divers is wat betreft leeftijd en ernst van de beperking. Daarbij worden sommigen getroffen door een stapeling van wijzigingen. Het idee dat het alleen om lichte problematiek gaat, is onjuist. Ook het idee dat professionele hulpverleners vervangen zouden kunnen worden door ‘gewone mensen’ klopt niet. De opvatting dat gemeenten beter in staat zouden zijn maatwerk te leveren dan organisaties is een misvatting. De spreekster wees op de noodzaak van nauwe samenwerking tussen de organisaties en hield een pleidooi voor een door gemeenten in te richten noodfonds. Zij koos als uitgangspunt voor haar opvattingen de Verklaring van de rechten van mensen met een beperking (VN), die helaas nog niet door Nederland is geratificeerd.

In de discussie tussen deelnemers en inleiders passeerden veel onderwerpen de revue. Onderwerpen die aan de orde kwamen waren bijvoorbeeld de verplichting tot het terugbrengen van de groei van de vraag naar begeleiding en het grote aantal organisaties dat naast elkaar bestaat en werkt (dit verwart oudere cliënten). Ook de tegengestelde prikkels, die er in het systeem van verstrekking van zorg en verlenen van begeleiding zitten, kwamen ter sprake (de WMO nodigt uit tot samenwerking van organisaties, terwijl de AWBZ en de zorgverzekeringswet prikkelen tot concurrentie). De mogelijke oorzaken van de enorme groei in de jeugdzorg en het beroep op de AWBZ werden besproken. Ook het winnen van het vertrouwen van cliënten was een punt van discussie.

Op deze avond kwamen vooral praktische zaken aan de orde, die een opstap kunnen vormen naar (wetenschappelijk) onderzoek m.b.t. de gevolgen van de hierboven beschreven veranderingen en de gehanteerde normen voor de beoogde samenleving.